Veelgestelde vragen

Via onderstaande thema's bezorgen we een antwoord op de meest gestelde vragen. Voor meer info kan u een mail sturen naar [email protected]

Benzine

Wat is het verschil tussen benzine 95 en benzine 95E10 ?

Benzine 95 bevat tot 5 % bio-ethanol, beznine 95E10 bevat max 10% bio-ethanol.

Wat is bio-ethanol?

Bio-ethanol is een industriële alcohol die duurzaam geproduceerd wordt uit biomassa. In België wordt bio-ethanol gemaakt van zetmeel uit graangewassen en van suiker uit suikerbieten. Elders in de wereld wordt het ook geproduceerd uit andere plantaardige gewassen zoals suikerriet.
Wat na de productie overblijft, gaat niet verloren maar wordt onder meer gebruikt als diervoeder.

Kan ik met benzine 95 E10 rijden ?

Benzine 95 E10 is een benzinebrandstof. Sinds 1 januari 2017 vervangt de benzine 95 E10 de  benzine 95 in alle Belgische tankstations. De nieuwe benzine is compatibel met de motoren van 9 op 10 benzinevoertuigen. U kunt de compatibiliteit van uw voertuig verifiëren op de website van de automobielfederatie Febiac.

Heeft benzine 95 E10 hetzelfde octaangetal als benzine 95 ?

Benzine E10 respecteert de technische specificaties van de Europese norm NBN EN 228 en heeft dan ook een minimaal octaangetal van 95, zoals benzine 95.

Mag ik met benzine 95 E10 en E 98 in een Lage Emissie Zone rijden ?

Benzine 95 E10 en lage-emissiezones zijn twee totaal verschillende zaken.
Het op de markt brengen van benzine 95 E10 heeft geen rechtstreeks verband met de definitie van lage-emissiezones. Het omgekeerde geldt evenzeer.
De voornaamste criteria voor toegang tot lage-emissiezones zijn het soort brandstof (benzine of diesel) en de classificatie van de voertuigen volgens de Europese emissienormen (Euronormen).

Vlaanderen: www.vlaanderen.be/nl/natuur-en-milieu/lage-emissiezones-lez
Wallonië: http://diantonio.wallonie.be/home/presse--actualites/publications/public...
Brussel: https://lez.brussels/nl

Mag ikzelf ethanol met benzine vermengen ?

De toegestane hoeveelheid bio-ethanol in brandstof is vastgelegd in Europese technische normen. De producenten van aardolieproducten moeten deze normen naleven. De Belgische autoriteiten controleren regelmatig de kwaliteit van die producten. Deze hoeveelheid verhogen door zelf ethanol in uw brandstoftank toe te voegen, maakt uw brandstof niet-conform de geldende wetgeving.

Is het bio-ethanol in benzine E10 goed voor het milieu ?

Het bio-ethanol dat gebruikt wordt voor de productie van benzine E10 is gecertificeerd volgens criteria vastgelegd door de Europese Unie op het vlak van eerbiediging van de biodiversiteit en vermindering van broeikasgassen. Duurzaamheidscriteria van de Europese Commissie (in het Engels).

Waarom wordt in België niet meer dan 10 % bio-ethanol in benzine toegestaan?

De Europese normen leggen het maximale percentage bio-ethanol dat met benzine mag worden gemengd vast op 10 %. Als dit percentage overschreden wordt, zijn de voertuigmotoren er niet meer aan aangepast.

Is het waar dat we met de productie van bio-ethanol bepaalde volkeren voedingsstoffen ontnemen?

Het gebruik van landbouwgrond voor de productie van biobrandstoffen veeleer dan voor voedingsdoeleinden vormt inderdaad een risico. Sinds 2015 erkent de Europese richtlijn over biobrandstoffen deze toestand. Daarom wordt het aandeel van biobrandstoffen uit voedingsgrondstoffen (biobrandstoffen van de eerste generatie) in de loop van 2017 beperkt. Daarnaast wordt er steeds meer onderzoek verricht naar andere grondstoffen die kunnen dienen voor de duurzame productie van biobrandstoffen, zoals het gebruik van afval uit biomassa.

Diesel

Wat is de huidige diesel?

De huidige diesel beantwoordt aan de dieselnorm NBN EN 590, met maximaal 7% biocomponenten / FAME (diesel B7).

Wat is diesel XTL?

Diesel XTL kan gemaakt worden uit uiteenlopende basisgrondstoffen, elk met hun eigen proces-technologie, zoals met biomassa (BTL of "Bio To Liquid") zoals o.a. plantaardige olie behandeld met waterstof (HVO of "Hydrogenated Vegetable Oil").

Wat is diesel B10?

Diesel B10 is een nieuwe dieselbrandstof die tot 10 % biocomponenten bevat (FAME).

Wat is het verschil tussen diesel B7 en B10?

Diesel B10 beantwoordt aan een andere norm dan de huidig gangbare diesel. Diesel B10 beantwoordt aan de norm NBN EN 16734. Het maximale percentage FAME bedraagt 10 % i.p.v. 7 % in de huidige diesel (EN 590). De regels voor gebruik in voertuigen zijn dan ook verschillend.

Wat is FAME?

FAME staat voor “Fatty Acid Methyl Esters”. Dat zijn vetzuren die ontstaan door een chemisch proces van plantaardige en dierlijke oliën (door transesterificatie) om biodiesel te maken. Hiervoor kunnen gebruikte frituurolie (UCO, Used Cooking Oil) of dierlijke vetten (niet voor dierlijk of menselijk gebruik geschikt, Tallow of talg) als basisgrondstof worden gebruikt.

Welke dieselbrandstof is geschikt voor mijn voertuig?

Enkel wanneer de automobielconstructeurs de nieuwe brandstoffen in hun voertuigen toelaten, kunnen ze de huidige beschikbare diesel voor voertuigen vervangen. Informatie over de geschiktheid van de nieuwe brandstoffen zal bij voertuigen ingeschreven vanaf oktober 2018 meestal te vinden zijn in het instructieboekje en/of op de brandstofklep van het voertuig. Alvorens de nieuwe brandstoffen te gebruiken in voertuigen die geen informatie vermelden in de handleiding en/of op de brandstofklep, wordt consumenten aangeraden om eerst bij hun garagist of concessiehouder te informeren over de geschiktheid van de nieuwe brandstoffen voor hun voertuig. De constructeurs garanderen voor alle dieselmotoren wel het gebruik van diesel EN 590 (B7) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

Wat als mijn auto niet compatibel is met de nieuwe biodiesels?

U hoeft zich geen zorgen te maken, want de huidige diesel B7 blijft beschikbaar. De autoconstructeurs garanderen in alle dieselmotoren het gebruik van diesel EN 590 (B7) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

 

Stookolie

Wat is het Sociaal Verwarmingsfonds?

Het 'Sociaal Verwarmingsfonds' werd opgericht op 16 september 2005 met de steun van de Belgische Petroleum Federatie (BPF). Dit fonds zorgt ervoor dat de minstbedeelden van een financiële tegemoetkoming kunnen genieten zodat de verwarmingskost gemilderd wordt. Per huishouden en per verwarmingsperiode kan er maximum 1.500 liter brandstof in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een verwarmingstoelage. Om dit fonds te financieren wordt beroep gedaan op een solidariteitsmechanisme waarbij alle verbruikers een bijdrage betalen (+ 0,0016 EUR/l) om de minstbedeelden te kunnen helpen. Voor meer info: zie Verwarmingsfonds.

Kan ik de nieuwe biodiesels ook gebruiken in verwarmingsinstallaties?

Technisch gezien is er geen tegenindicatie om deze nieuwe brandstoffen te gebruiken voor verwarmingsdoeleinden, voor zover die brandstoffen niet voor een lange periode worden gestockeerd. Bij een opslagperiode (gewoonlijk langer dan 1 jaar) kan de brandstof immers gevoelig zijn aan de aanwezigheid van de biocomponenten en haar geschiktheid verliezen.

 

Wat is het verschil tussen gasolie verwarming en gasolie extra?

De belangrijkste verschillen tussen deze twee producten bevinden zich in:

    1) de productnorm:
        NBN T52-716 voor gasolie verwarming;
        NBN EN 590 voor gasolie extra.
    2) de maximale hoeveelheid zwavel:
        50 ppm (0,005%) voor gasolie verwarming;
        10 ppm (0,001%) voor gasolie extra.
    3) het accijnstarief en de energiebijdrage:
        18,7 €/1.000 liter(1) voor gasolie verwarming;
        17,3 €/1.000 liter(1) voor gasolie extra.
    4) het gebruik van deze twee producten; gasolie extra kan ook voor andere doeleinden dan verwarming worden gebruikt, in het bijzonder de toepassingen 'off-road'.

(1) De hierboven vermeld bedragen zijn standaardtarieven; afwijkingen of vrijstellingen zijn mogelijk in bepaalde beroepscategorieën

Waarvoor kan gasolie extra worden gebruikt ?

Gasolie extra wordt hoofdzakelijk gebruikt voor andere doeleinden dan verwarming. De fiscale regelgeving laat toe dat gasolie extra wordt gebruikt voor:
            - tractoren en andere machines in de landbouwsectoren;
            - mobiele werfmachines;
            - niet-mobiele motoren.
Gasolie extra kan worden gebruikt in alle type verwarmingsketels en kan worden aanbevolen voor bepaalde types condensatieketels.

Maximumprijzen

Hoe worden de (maximum)prijzen van de brandstoffen bepaald ?

De programmaovereenkomst bepaalt de maximumprijzen
België kent een systeem van maximumprijzen voor brandstoffen dat door een programma-overeenkomst (PO) tussen de Federale overheid en de Belgische Petroleum Federatie voor de sector is bepaald. De PO legt de methode vast voor de berekening van de maximumprijzen van de petroleumproducten, kortom een plafondprijs, terwijl de prijs aan de pomp uiteindelijk bepaald wordt door de concurrentie op de markt tussen de diverse operatoren. Het is binnen deze PO niet toegelaten om deze brandstoffen te verkopen aan een prijs die hoger is dan de vastgestelde maximumprijs.

De eerste programma-overeenkomst werd in 1974 gesloten tussen de Belgische Staat en de Belgische Petroleum Federatie omwille van de oliecrisis van 1973-1974. Voor die tijd waren gold een systeem van prijscontrole: prijsaanpassingen waren enkel mogelijk mits voorafgaandelijke aanvraag aan de overheid tot toelating van prijsstijging. Een dergelijk systeem van prijscontrole is  onvoldoende flexibel om de snelle evoluties op de petroleummarkt enerzijds en van de deviezenkoers (dollar) anderzijds te weerspiegelen. Een te trage aanpassing van de prijzen van petroleumproducten veroorzaakte destijds chaos en leidde tot een bevoorradingstekort in het land. Het invoeren van de PO is een alternatief voor het trouwens nog bestaande systeem van prijscontrole. Mocht de PO in het gedrang komen dan zou opnieuw het systeem van prijscontrole gelden met ene impact op de bevoorrading.

Berekening van de maximumprijzen
De Programma-overeenkomst werd dus in het leven geroepen om de volatiliteit van de olieprijzen op de internationale markten en van de wisselkoersen in rekening te brengen. De schommelingen van de prijs van petroleumproducten op de internationale markt worden op een betrouwbare manier automatisch weerspiegeld in de maximumprijs aan de pomp. De Federale Overheidsdienst Economie berekent iedere werkdag een maximumprijs. Deze berekening gebeurt op basis van de noteringen van de afgewerkte producten op de internationale markten en van de wisselkoers van de Amerikaanse dollar t.o.v. de euro. De maximumprijsberekening wordt getoetst aan een drempelwaarde die dagelijks wordt aangepast. Indien de berekende maximumprijs uitkomt op een resultaat dat de vooropgestelde drempel bereikt of overschrijdt, dan wordt de maximumprijs automatisch aangepast met ingang van de volgende dag. De aanpassing van de maximumprijs komt automatisch tot stand en wordt kenbaar gemaakt door de FOD Economie en wordt ook aangekondigd op de website van de Belgische Petroleum Federatie.

Bij de programma-overeenkomst hoort een "Technische bijlage" waarin de prijsformules zijn gedefinieerd op basis waarvan de maximumprijs voor de belangrijkste aardolieproducten wordt bepaald.

Wat zijn de prijzen van de voornaamste petroleumproducten in de buurlanden ?

op datum van 2 december 2019

€/liter België Frankrijk Duitsland Nederland Luxemburg Verenigd-Koninkrijk

Benzine 95 octaan

1,373

1,518

1,401 1,663 1,213 1,465

Diesel

1,427

1,444 1,254

1,385

1,111 1,523

Gasolie verwarming ( ≥ 2000 l)               

0,6770 0,9387 0,7140 1,0930 0,6290 0,6880

Bron: Weekly Oil Bulletin EUR 25- Europese Commissie n° 1979

Overige

Gasflessen: waarom geen maximumprijzen meer ?

1) Waarom deze verandering ?
De markt van de gasflessen (butaan en propaan) of vloeibare petroleumgassen in verplaatsbare recipiënten is in de loop der jaren verkleind en geëvolueerd naar een aantal kleine deelmarkten die geen verband meer houden met primaire verwarming : het gaat nu veeleer om behoeftes die bestaan in het huishoudelijk gebruik bij vrijetijd activiteiten en behoeften in specifieke industriële of commerciële toepassingen.

Voor petroleumgassen verkocht in verpakkingen kleiner dan 10kg, hadden de leveranciers en kopers vóór 1 augustus 2017 reeds de vrijheid onder specifieke voorwaarden het prijsniveau te onderhandelen.

Een studie van FOD Economie heeft aangeduid dat de huidige elementen van de maximumprijsberekening van de gasflessen niet meer overeenstemmen met de economische realiteit voor de operatoren in deze activiteit. Hierdoor ontstaat het risico dat operatoren onder deze omstandigheden er steeds minder belang in zien om hun activiteiten verder te zetten.
De wijziging heeft tot doel terug ruimte te geven aan de marktwerking zodat operatoren de producten kunnen aanbieden en de consumenten de producten effectief verder kunnen vinden en afnemen.

2) Wat is deze wijziging ?
De Belgische Staat en de Belgische Petroleum Federatie zijn overeengekomen de Programma Overeenkomst aan te passen:

De wijziging bestaat er eigenlijk in dat er geen berekening meer is van de maximumprijs voor dit product in deze specifieke verpakking: voor vloeibare petroleumgassen (butaan en propaan) in verplaatsbare recipiënten (de gasflessen) is er sinds 1 augustus 2017 geen berekening meer van een maximumprijs.

Er is ook overeengekomen dat vanaf 1 augustus 2017 FOD Economie, Middenstand, K.M.O. en Energie een monitoring zal uitvoeren van de prijzen van de gasflessen en jaarlijks geëvalueerd door de ondertekende partijen op basis van de methode zoals opgesteld door de studie van FOD Economie.

Sinds 1 augustus 2017 is de situatie: “De prijzen kunnen tussen leveranciers en klanten vrij onderhandeld worden”. De programma-overeenkomst voorziet niet meer in een formule voor de berekening van de maximumprijs voor flessen butaan en flessen propaan. U zal dan ook geen vermelding meer aantreffen op onze website naar de maximum prijs van de gasflessen butaan of propaan.

Let dan ook op wanneer u betrokken zou zijn in (langlopende) overeenkomsten met verwijzing naar ‘de maximumprijs’– deze sinds 1 augustus 2017 niet meer bestaat. Het is aan partijen van een contract om te bepalen welke vervangende methode zij zullen gebruiken in hun contract.

back to top