Brandstoffen

Brandstoffen

Brandstoffen transport

Transportbrandstoffen zijn brandstoffen die gebruikt worden om een verbrandingsmotor te laten werken.

Benzine

De benzinebrandstoffen die op de Belgische markt beschikbaar zijn en die beantwoorden aan de productnorm EN 228:

•    Benzine 95
•    Benzine 95 E10
•    Benzine 98
•    Benzine 98 E10

Met de verhoging van de ethanolverplichting in benzine tot 8,5% sinds 1 januari 2017 is de klassieke benzine 95 in de Belgische tankstations vervangen door de benzine 95 E10, die maximaal 10% bio-ethanol bevat, wat het dubbele vertegenwoordigt van de benzine 95. De overheid had met de verhoging van de ethanolverplichting de bedoeling de overstap naar duurzame biobrandstoffen aan te moedigen en heeft zo een begin gemaakt naar het traject om de Europese doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie in de transportsector te realiseren. Benzinevoertuigen gefabriceerd na 2001 zijn allen, behoudens enkele specifieke uitzonderingen, compatibel met de 95 E10. Omdat dit niet geldt voor alle voertuigen, blijft de benzine 98 beschikbaar voor oudere of specifieke wagens. Om na te gaan of uw wagen compatibel is met de benzine 95 E10 kan je terecht op de website van de automobielfederatie Febiac.

Diesel

De dieselbrandstoffen die op de Belgische markt beschikbaar zijn:

Diesel B7. Dit is de gangbare diesel (norm EN 590) die maximaal 7 % biocomponenten bevat.

Sinds juli 2018 zijn bijkomende dieselbrandstoffen toegelaten op de Belgische markt:

  • Diesel B10 (norm EN 16734): bevat tot 10 % biocomponenten.
  • Diesel B20 en B30 (norm EN 16709): diesel B20 bevat maximaal 20 % biocomponenten en diesel B30 maximaal 30 % biocomponenten. Die producten zijn niet bestemd voor de tankstations langs de weg, maar enkel bestemd voor gebruik in een specifieke groep van voertuigen die op een gecontroleerde manier die brandstoffen gebruiken (bv. voor bedrijfsvloten).
  • Diesel XTL (norm EN 15940), paraffinische synthetische diesel. Diesel XTL kan gemaakt worden uit uiteenlopende basisgrondstoffen, elk met hun eigen procestechnologie: met aardgas (GTL of "Gas To Liquid"), biomassa (BTL of "Bio To Liquid") of via het hydrogeneren van plantaardige olie (HVO of "Hydrogenated Vegetable Oil").

Brandstofetiketten in tankstations

Sinds 12 oktober 2018 zijn de brandstoffen aangeduid met dezelfde geharmoniseerde nieuwe labels in heel Europa. Bedoeling is de consument overal in Europa te helpen bij de juiste keuze van de brandstof. De labels zijn terug te vinden:
•    op de nieuwe voertuigen: vlakbij de tankdop of de vulklep alsook in het instructieboekje van het voertuig;
•    in de tankstations op de pompen zelf en op alle vulpistolen.

De nieuwe labels bestaan in alle 28 lidstaten van de EU alsook in IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Macedonië, Servië, Zwitserland en Turkije.

Overzicht van de brandstofetiketten op de Belgische markt: klik hier.

Evolutie benzine – dieselvoertuigen

Terwijl de dieselwagens in ons land eind 2010 nog een marktaandeel van 76% had bij de nieuwe inschrijvingen, vertegenwoordigde dit begin 2019 nog maar 30%. De terugval van de dieselmotor komt vooral de benzinemotoren ten goede: hun marktaandeel steeg van 23,3% in 2010 naar 64% in 2019. Dit scenario gaat niet enkel op in België. Overal in Europa is dezelfde trend waarneembaar ten gunste van benzinevoertuigen. De neerwaartse trend van diesel getuigt van een politieke paradox. Terwijl diesel midden jaren 2000 jaar nog met een gunstiger fiscaal beleid door de overheid werd aangemoedigd, wordt het vandaag onder vuur genomen.

De negatieve trend van dieselwagens is o.a. te verklaren door:
•    De stijging van de accijnzen op diesel tot op het niveau van benzine, een beslissing van de federale overheid in het kader van de taks shift in 2015;
•    De (onterechte) negatieve perceptie van diesel inzake luchtkwaliteit die niet overeenstemt met de technologische realiteit van vandaag;
•    Automobilisten vrezen (onterecht ) om, zelfs met een moderne dieselwagen die aan de recente normen beantwoordt, niet meer in bepaalde zones te mogen rijden.

De technologierealiteit van vandaag toont aan dat de nieuwe generatie dieselvoertuigen aanvaardbaar zijn op onze wegen, in en buiten de stad.

 

Brandstoffen verwarming

Mazout, officieel gasolieverwarming genaamd maar in de volksmond vaak stookolie of huisbrandolie, is een brandstof op basis van ruwe aardolie. Er bestaan verschillende types mazout op de Belgische markt:

•    Gasolie-verwarming wordt vaak gewoon klassieke of normale mazout genoemd. Het is huisbrandolie met een laag zwavelgehalte. De officiële benaming voor de Belgische norm (NBN T 52-716) is ‘gasolie type B’. Dit type mazout kan gebruikt worden in alle ketels.
•    Gasolie-Diesel (verwarmingsdoeleinden) voorheen gasolie verwarming extra genoemd. Dit is huisbrandolie met een zeer laag zwavelgehalte. De officiële benaming voor de Belgische norm (NBN T 52-716) is ‘gasolie type A’. Dit type mazout bevat haast geen zwavel, waardoor er bij verbranding nauwelijks zwaveldioxide (SO2) vrijkomt. Dit type mazout kan ook gebruikt worden in alle ketels.
•    Mazout met additieven: de afgelopen jaren hebben de grote merken sterk op technologische innovatie ingezet. Door middel van additieven willen ze bepaalde eigenschappen van mazout optimaliseren.

In België worden 37% van de huishoudens verwarmd met stookolie (cijfers 2017 FOD Economie).

Stookolie en het milieu
De milieuprestaties van gasolie-verwarming zijn de jongste jaren veel verbeterd. Zo is het zwavelgehalte van mazout spectaculair gedaald en zijn nieuwe mazoutinstallaties veel energiezuiniger geworden. Bovendien zijn ze prima te combineren met hernieuwbare energie.

Het onderzoeksbureau RDC Environment publiceerde in 2012 een update van een studie (2004) naar de broeikasimpact van de emissies van het verwarmen met stookolie of aardgas. Daaruit bleek dat de vervanging van stookolieketels door aardgastoestellen in België niet leidt tot een vermindering van de emissie van broeikasgassen. Over de ganse levenscyclus gemeten, heeft huisbrandolie nagenoeg dezelfde CO2-uitstoot als aardgas.  Link naar de RDC studie

Meer informatie op de website van Informazout

Ontdek ons standpunt mbt de plaats van stookoliestoestellen in de energietransitie. Klik hier

Grondstoffen petrochemie

De petrochemische industrie houdt zich bezig met de verwerking van aardoliefracties tot diverse chemische producten. In 2018 waren 35% van de petroleumproducten die in België werden verbruikt bestemd voor de petrochemische sector. Vrijwel overal in ons huis treft men producten op basis van aardolie aan voor alledaags gebruik en die onze levenskwaliteit ten goede komen. We vinden deze producten niet alleen bij ons thuis, maar zowat overal. Olie is bijvoorbeeld de basisgrondstof voor kunststoffen in een operatiezaal. In de moderne geneeskunde is niets nog denkbaar zonder kunststoffen: baxters, katheders, bedden, schermen, hygiëne-producten. En zonder kunststoffenook geen smartphones, pc’s  !

De petrochemische cluster in de Antwerpse Haven is de tweede grootste van de wereld en aldus een essentiële pijler voor onze economie. Zowat alle internationale chemie- en farmabedrijven hebben een productievestiging of onderzoekscentrum in België, maar de sector telt ook heel wat kmo’s en start-ups.De chemische industrie wordt in België vertegenwoordigd door de federatie essenscia

Koolstofarme vloeibare brandstoffen

Om de klimaatdoelstellingen te realiseren zullen inspanningen om de CO2-efficiëntie van de vervoerssector in de EU te verbeteren, die goed is voor bijna een kwart van de uitstoot van broeikasgassen in de EU, cruciaal zijn. Koolstofarme vloeibare brandstoffen kunnen de transportsector helpen deze doelen te bereiken.

De vloeibare brandstoffen die morgen zullen worden gebruikt, zullen verschillend zijn van die van vandaag. De technologische evoluties die vloeibare brandstoffen thans kennen, bieden heel wat troeven voor de energietransitie en zullen koolstofarm zijn. Ze hebben daarom hun plaats in de energiemix van morgen die een diversiteit aan energievormen zal aanbieden om tegemoet te komen aan de verschillende energiebehoeften.

Koolstofarme vloeibare brandstoffen
Er zijn verschillende technologieën voor de productie van koolstofarme vloeibare brandstoffen. Enkele voorbeelden:

1. Diesel XTL kan gemaakt worden uit uiteenlopende basisgrondstoffen, elk met hun eigen proces-technologie, zoals met biomassa (BTL of "Bio To Liquid") zoals o.a. plantaardige olie behandeld met waterstof (HVO of "Hydrogenated Vegetable Oil").

2. Geavanceerde biobrandstoffen worden geproduceerd uit landbouw- en bosbouwresiduen, niet-voedingsgewassen (bv. algen), industrieel afval en reststromen. Ze hebben als kenmerk, in vergelijking met de 1ste generatie biobrandstoffen, dat ze geen impact hebben op het indirect landgebruik (bv bestemd voor voeding).

3. E-fuels zijn synthetische brandstoffen die geproduceerd worden op basis van hernieuwbare elektriciteit en zo klimaatneutraal zijn. Met het Power-to-Liquid (PTL) proces wordt elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (windmolens, zonnepanelen, ..) omgezet tot waterstof, die vervolgens o.a. met opgevangen koolstofdioxide (CCS) wordt gesynthetiseerd tot een vloeibare brandstof. Bij Power-and-Biomass-to-Liquid (PBtL) wordt koolstofdioxide gehaald uit biomassa

De federatie Fuels Europe verwacht dat deze koolstofarme vloeibare brandstoffen tegen 2050 de broeikasgasuitstoot van personenauto's met 87% zullen kunnen verminderen in vergelijking met 2015. Dit beantwoordt aan de Europese klimaatdoelstellingen m.b.t. de CO2-reductie. Link naar Fuels Europe: klik hier

Voornamelijk in specifieke segmenten van de transportsector (o.a. lucht-, zee- en wegvracht) zullen conventionele vloeibare brandstoffen moeilijk vervangbaar zijn.  Ze zullen nog steeds nodig zijn, niet alleen om aan de (toenemende) vraag naar energie te voldoen, maar ook omdat er geen volwaardige alternatieven in het vooruitzicht zijn en omdat elektrificatie (met batterijen) in die specifieke transportsegmenten te complex en duur is om te realiseren.

Unieke troeven koolstofarme vloeibare brandstoffen

Een unieke troef van ‘koolstofarme vloeibare brandstoffen’ zoals HVO, e-fuels en synthetische brandstoffen is dat ze een ‘drop-in’ product zijn, namelijk dat ze meteen in de tank van je wagen (zonder aanpassingen) of in je stookolie-installatie kunnen. Bij gebruik kunnen ze de CO2-emissies daarom onmiddellijk verlagen. Ze behoren zo tot de meest kosteneffectieve oplossingen dankzij de aanwezigheid van een bestaande uitgebreide infrastructuur (tankstations) in tegenstelling tot de elektrische wagens waarvoor bijzonder zwaar moet worden geïnvesteerd in laadpalen en de bekabeling van ons land.

Synthetische vloeibare brandstoffen zijn hoogwaardige alternatieve brandstoffen. De Europese Unie moedigt hun gebruik ervan aan, o.a. in de Richtlijn inzake alternatieve brandstoffen. Ze dragen bij tot het verbeteren van de luchtkwaliteit en een daling van de broeikasgasemissies. Belangrijk is ook dat deze innovatieve producten tot 100% kunnen worden gemengd met conventionele brandstoffen.

Meer informatie over koolstofarme vloeibare brandstoffen

Standpunt BPF over het potentieel van koolstofarme vloeibare brandstoffen

E-fuels: korte video om te begrijpen wat koolstofneutrale brandstoffen zijn

What are e-fuels ? Engelstalige video van Bosch over deze synthetische aankomende koolstofneutrale vloeibare brandstoffen. Klik hier.

Productkwaliteit

De producten die in verbruik gesteld worden, brandstoffen voor wegverkeer en niet wegverkeer en verwarming moeten beantwoorden aan de specificaties van Europese normen die in België in NBN normen zijn omgezet.

Kwaliteitscontrole door de overheid
De Belgische overheid heeft zelf een uitgebreid programma van kwaliteitscontrole van de brandstoffen, met name voor diesel en benzine. Het Fonds voor de Analyse van Petroleumproducten ‘FAPETRO’ - dat wordt gefinancierd door de petroleumsector - is een fonds door de overheid ingesteld ter financiering van deze controle. Haar opdracht bestaat erin te waken over de kwaliteit van de aardolieproducten die in Belgische in verbruik worden gesteld en daarover systematisch toezicht te houden. Hiertoe doorkruisen controleurs het gehele land om stalen van aardolieproducten (diesel, benzine, gasolieverwarming, enz) te nemen. Vervolgens worden die stalen geanalyseerd door laboratoria om te bepalen of zij al dan niet stroken met de productnormen die van kracht zijn.

Aandeel niet-conforme stalen, publieke pompen in België, per product (%):

Bron: DG Energie - Fapetro

(1) sinds 1 januari 2017: Benzine 95 E10
(2) maximum zwavelgehalte sinds 1/1/2009: 10 ppm

Voor meer info: Fapetro