De Belgische petroleumsector

De Belgische petroleumsector is één van de belangrijkste economische pijlers van ons land. De raffinaderijen beschikken over een aantal troeven waardoor ze op Europees en internationaal vlak goed gepositioneerd zijn: hun centrale geografische ligging, hun productiecapaciteit, de kwaliteit en diversiteit van de verwerkte brandstoffen, de energie-efficiëntie en het respect voor het milieu en, niet op zijn minst, hun gekwalificeerd personeel. Ze bevinden zich in de grootste petrochemische cluster van Europa en in tweede positie op wereldvlak na Houston in de Verenigde Staten. De raffinaderijen in België verwerken geïmporteerde ruwe aardolie in een veelheid aan brandstoffen die gebruikt worden voor het transport en voor onze verwarming. Wat weinigen weten is dat  35% van de verwerkte producten bestemd zijn voor de petrochemie die er alledaagse producten mee maakt zoals, onder andere, legoblokjes verspreid over de vloer, de verf aan de muur, het shirt dat je aan hebt, pillen tegen hoofdpijn en zelfs de banden van fietsen.

Troeven vloeibare brandstoffen

Onze beschaving werd gebouwd en ontwikkeld rond deze uitzonderlijke geconcentreerde energie, namelijk olie. De hoge energiedichtheid - een grote hoeveelheid energie in een klein volume - en het gemak van opslag en transport hebben het tot een essentiële energiebron in de wereldwijde energiemix gemaakt.              

Karakteristieken vloeibare brandstoffen

  • Hoge densiteit: een grote hoeveelheid energie voor een klein volume.
  • Gemakkelijkheid: gemakkelijk op te pompen, op te slaan, te vervoeren en te gebruiken.   
  • Keuze: brede keuze brandstoffen voor specifieke behoeften.
  • Beschikbaarheid: goed uitgewerkt distributienetwerk.
  • (Toekomstige) koolstofarme synthetische brandstoffen kunnen probleemloos in de automotoren gebruikt worden. 

Visie 2050

De raffinaderijen in Europa en in ons land hebben zich geëngageerd om concreet bij te dragen tot het realiseren van de klimaatdoelstellingen tegen 2050 door de CO2-uitstoot te verminderen en de economie en de burgers te voorzien van koolstofarme brandstoffen en andere producten die de samenleving nodig heeft. Een industrieel transitiekader naar een koolstofarme maatschappij moet ruimte bieden aan koolstofarme vloeibare brandstoffen, aan mogelijkheden van synergiën tussen sectoren en industrieën (clusterinitiatieven), dat allemaal binnen een coherent beleidskader op regionaal, federaal en Europees niveau.

De Europese petroleumsector heeft dan ook een ‘Visie 2050’ ontwikkeld die voorstellen aanreikt om bij te dragen tot het helpen behalen van de klimaatdoelstellingen. Meer informatie (in het Engels) over de visie ‘A pathway for the evolution of the refining industry and liquid fuels’: klik hier

Meer informatie over de visie 2050

Geschiedenis van aardolie

Petroleum ontleent zijn naam aan het Latijnse "petrae oleum", wat steenolie betekent. Het ontstaat in de diepten van de aarde en is het resultaat van de langzame transformatie over enkele tientallen miljoenen jaren van planten- en dierenmicro-organismen die op de bodem van de zee zijn afgezet en aan hoge drukken en temperaturen zijn blootgesteld. De aardolie baant zich een weg tussen de rotsen in de richting van de oppervlakte van de aarde. Als tijdens zijn weg naar boven de petroleum een ondoordringbare laag ontmoet, wordt hij opgesloten en hoopt hij zich op in grote hoeveelheden.

Olie wordt al eeuwenlang voor verschillende toepassingen gebruikt. Al in de steentijd gebruikten jagers het viskeuze bitumen dat aan de oppervlakte verschijnt om de punten van hun pijlen te lijmen. Later zal het ook dienen om scheepsrompen waterdicht te maken en zo walvisolie te vervangen en tezelfdertijd de walvissenpopulatie te redden. De Babyloniërs asfalteerden hun belangrijke wegen met bitumen. In het oude Egypte werd het, gemengd met andere stoffen, gebruikt voor mummificatie. De Romeinen hebben het talloze geneeskundige deugden verleend en gebruikten het als smeer voor de wielen van de renwagens en voor het verwarmen van het water van de thermen.

In de 19e eeuw wordt het gedistilleerd om olie voor de verlichting te verkrijgen en in grote hoeveelheden te produceren. De olielamp wordt geboren. Maar om deze markt te ontwikkelen, wordt het belangrijk om ondergrondse olie aan de bron te vinden. In 1858 maakte Edward L. Drake een eerste boring in Pennsylvania in de Verenigde Staten, wat het begin luidt van de olie-exploitatie.  Verbeterde boortechnieken maken het mogelijk om olie efficiënter te produceren en in betere veiligheidsomstandigheden.

Aan het einde van de 19e eeuw luidt de elektrische lamp het verval van de olielamp in, maar een andere toepassing zal petroleum een ongelooflijke nieuwe afzetmarkt bieden: de auto. De eerste benzineauto ziet het licht in 1884. De periode 1920-1970 wordt gekenmerkt door een reeks ontdekkingen van olievelden, vooral in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd ontwikkelen zich olie-gerelateerde afzetmarkten: brandstoffen (benzine, diesel, zware stookolie) voor transport, de aardolie-industrie (petrochemicaliën), derivaten (plastics, rubber, enz). Sinds de jaren 70’ wordt er ook naar petroleum gezocht onder de zeebodem en zijn er technologieën ontwikkeld om dit op een steeds veiligere en economische manier te doen. In de laatste decennia is gestart met het ontginnen van petroleum onder de zee met een bodemdiepte van meer dan 2.000 m en velden die tot 3.000 m onder de zeebodem liggen.

 

Vandaag..drijvende productieplatforms

Floating Production, Storage and Offloading (FPSO) is een drijvend productieplatform dat wordt gebruikt om aardolie en -gas (koolwaterstoffen) te produceren, te behandelen en op te slaan in afwachting van verder transport.

Meeteenheid

De eenheid die wordt gebruikt voor het kwantificeren van olievolumes is het vat (‘barril’ in het Engels). Een vat is gelijk aan 42 gallons, of bijna 159 liter. De eenheid ‘ vat’ is geen wettelijke eenheid: het is gebruikt sinds het begin van zijn gebruik in de Verenigde Staten in de negentiende eeuw omdat de olie werd opgeslagen en vervoerd in houten vaten (vaak voor whisky) van 159 liter.

Nuttige links

BEROEPSVERENIGINGEN & WERKGEVERSORGANISATIES

ACEA European Automobile Manufacturers' Association
BECI Brussels enterprises commerce and industry
BRAFCO Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars
CEDICOL Informatiecentrum voor het rationeel gebruik van mazout
CONCAWE Environmental Science for European Refining
ESSENSCIA Belgische federatie van de chemische industrie en life sciences
INFORMAZOUT Kenniscentrum met informatie over verwarmen
FEBIAC Belgische automobiel- en tweewielerfederatie
FEBUPRO Federatie Butaan Propaan
FUELS EUROPE European Petroleum Industry Association
TRAXIO Federatie van de autosector en de aanverwante sectoren
UWE Union wallonne des entreprises
VBO Verbond van Belgische Ondernemingen
VOKA Vlaams netwerk van ondernemingen
WEC World Energy Council

Petroleumfederaties

 
Denemarken OGD Oil Gas Denmark
Duitsland MWV Mineralölwirtschaftsverband
Frankrijk UFIP Union Française des Industries Pétrolières
Griekenland SEEPE Hellenic Petroleum Marketing Companies Association
Groot-Brittannië UKPIA United Kingdom Petroleum Industry Association
Ierland IPIA Irish Petroleum Industry Association
Italië UP Unione petrolifera
Luxemburg GPL Groupement Pétrolier Luxembourgeois
Nederland VNPI Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie
Noorwegen NP Norsk Petroleuminstitutt
Oostenrijk FVMI Fachverband der Mineralölindustrie
Portugal APETRO Associação Portuguesa de Empresas Petrolifera
Roemenië IRT Asociatia Romana a Petrolului
Spanje AOP Asociación Española de Operadores de Productos Petrolíferos
Verenigde Staten API American Petroleum Institute
Zweden SPBI Svenska Petroleum Biodrivmedel Institutet
Zwitserland EV/EP

Erdöl-Vereinigung / Union Pétrolière

Overige organisaties

AECC Association for Emissions Control by Catalyst
AWAC Agence Wallonne de l'air et du climat
APETRA Organisatie die de strategische olievoorraden beheert die België moet aanhouden
BBA De Belgian Bioethanol Association
BOFAS Bodemsaneringsfonds voor tankstations
CRB Centrale Raad voor het Bedrijfsleven
EIA U.S. Energy Information Administration
DG Energy European Commission / Directorate-General for Energy
FOD ECONOMIE Federale Overheidsdienst Economie, KMO Middenstand en Energie
FRDO Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling
IEA International Energy Agency
IFPEN Institut Français du Pétrole Energies nouvelles
IRCEL Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu
KLIMAAT.BE De Belgische federale site voor Informatie over klimaat verandering
LEEFMILIEU BRUSSEL Overheidsdienst voor milieu en energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
NBN Bureau voor Normalisatie
OILCHART Oilchart International
OPEC Organization of the Petroleum Exporting Countries
OVAM Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
PORT OF ANTWERP Haven van Antwerpen
SVF Sociaal Verwarmingsfonds
VALORLUB Beheersorganisme voor de aanvaardingsplicht van gebruikte olie
VITO Onafhankelijke onderzoeksorganisatie mbt cleantech en duurzame ontwikkeling
VMM Vlaamse Milieumaatschappij