PBF  
 
de federatie
cijfers
activiteit
dossiers
faq
Fact Sheets
Publicaties
 

De maximumprijs van petroleumproducten begrijpen

 

De maximumprijzen van petroleumproducten worden in België berekend door de Federale Overheidsdienst Energie van het Ministerie van Economische Zaken volgens de programmaovereenkomst.

 

1. Er worden maximumprijzen berekend voor de volgende producten:

  • benzines
  • diesel
  • LPG
  • huisbrandolie
  • huisbrandolie extra
  • lamppetroleum
  • butaan
  • propaan
  • zware stookolie

 

2. De maximumprijs bestaat uit verschillende elementen:

2.1. PRIJS EX-RAFFINADERIJ

De 'prijs ex-raffinaderij’ – ook ‘kostprijs van het petroleumproduct’ genoemd – is gebonden aan de internationale noteringen van de afgewerkte producten op de markt van Rotterdam, uitgedrukt in dollar per ton en omgezet naar euro per 1.000 liter.  Bijgevolg wordt de kostprijs van de petroleumproducten ook beïnvloed door de waarde van de dollar t.o.v. de euro.

De noteringen van de verschillende afgewerkte producten op de markt van Rotterdam worden o.a. beïnvloed door de prijs van ruwe aardolie op de internationale markten; deze noteringen schommelen echter ook onafhankelijk van elkaar, in functie van vraag en aanbod van de afgewerkte producten.  De beschikbaarheid van petroleumproducten kan bijvoorbeeld beïnvloed worden door de sterkte / zwakte van de vraag in bepaalde seizoenen of door de raffinagecapaciteit.

Met de prijzen op de markt van Rotterdam bedoelt men de zogenaamde ‘Argus’ noteringen van deze producten: het zijn deze noteringen die gebruikt worden om de maximumprijs te berekenen volgens de programmaovereenkomst.  Argus is een informatiecentrum voor energieprijzen dat dagelijks de noteringen van de afgewerkte producten op de wereldmarkt publiceert.

 

2.2. MAXIMALE BRUTO DISTRIBUTIEMARGE

Deze maximale brutomarge dekt alle distributiekosten om het product vanaf de poort van de raffinaderij tot bij de eindverbruiker te brengen, inclusief de eventuele commerciële kortingen die toegestaan worden.

Deze kosten omvatten:

  • het transport van de raffinaderij tot aan de opslagplaats;
  • de opslag;
  • het transport naar de tankstations;
  • de verdeling in de tankstations;
  • de verdeling van huisbrandolie aan klanten;
  • de marketing- en promotiekosten.

De programmaovereenkomst legt per product een maximale bruto distributiemarge vast, in absolute waarde (eurocent per liter). Concreet wil dit zeggen dat deze distributiemarge niet wijzigt wanneer de 'prijs ex-raffinaderij' wijzigt. 

Deze distributiemarge wordt op 1 april en 1 oktober van ieder jaar geïndexeerd volgens een formule bepaald in de programmaovereenkomst (zie technische bijlage van de programmaovereenkomst / website FOD Economie, afdeling Energie).

 

2.3  VERSCHILLENDE BIJDRAGEN

a)  APETRA bijdrage

APETRA is de afkorting van “Agence PETRolière – PETRoleumAgentschap”.
APETRA heeft twee belangrijke doelstellingen, met name:

  • de bevoorradingszekerheid van België garanderen;
  • daartoe een minimumvoorraad aardolie en aardolieproducten aanhouden om te voldoen aan de internationaal opgelegde voorraadverplichting.

De APETRA-bijdrage wordt in absolute waarde vastgelegd per productcategorie; ze wordt ieder trimester geïndexeerd.


b)  BOFAS bijdrage


BOFAS is het bodemsaneringsfonds voor tankstations (BOFAS vzw).  BOFAS werd opgericht om de tankstations financieel te ondersteunen bij bodemsanering.

Het fonds heeft 2 financieringsbronnen: de helft van de kosten wordt gedragen door de petroleumsector, de andere helft door de automobilist (toepassing van het principe ‘de vervuiler betaalt’). 

De BOFAS bijdrage wordt in absolute waarde in de maximumprijsstructuur vastgelegd. 

 

2.4 BELASTINGEN

a)  Accijnzen

Het accijnsbedrag wordt per product vastgelegd door de federale overheid, en dit in absolute waarde (eurocent per liter).  Concreet wil dit zeggen dat het accijnsbedrag niet wijzigt wanneer de 'prijs ex-raffinaderij' wijzigt. 

Accijnzen vertegenwoordigen een belangrijk deel van de totale maximumprijs, met in het bijzonder deze van benzines en diesel.

Bijvoorbeeld:
Op 20 november 2008 is het accijnsaandeel van benzine 95 octaan en diesel goed voor respectievelijk 48 % en 29 % van de totale maximumprijs, terwijl de kostprijs van het product (= 'prijs ex-raffinaderij') slechts respectievelijk 20 % en 37 % daarvan vertegenwoordigt.

b) BTW

21 % op het totaal van de voorgaande elementen, en dus ook op de accijnzen.

 

Hieruit kan men het volgende afleiden:

  • De elementen 'prijs ex-raffinaderij’ en ‘BTW’ worden rechtstreeks beïnvloedt door een stijging of een daling van de internationale noteringen van petroleumproducten op de markt van Rotterdam in de mate dat de bewegingen van de noteringen op zich - via de werking van de programmaovereenkomst - een nieuwe maximumprijs met zich meebrengt.  Noch de distributiemarge, noch de verschillende bijdragen, noch de accijnsbedragen veranderen enkel en alleen door de beweging van de noteringen op de internationale markt. 
  • De Staat ziet haar inkomsten hoofdzakelijk stijgen of dalen middels de BTW, berekend in percentages.  De ontvangen accijnsbedragen per liter blijven onveranderd omdat de accijnzen uitgedrukt worden in absolute waarde (vast bedrag per liter).
  • Een stijging van de internationale noteringen van petroleumproducten op de markt van Rotterdam - die via de programmaovereenkomst een nieuwe maximumprijs met zich meebrengt - heeft geen invloed op de winsten van de petroleummaatschappijen die in België petroleumproducten verdelen.  De maximale bruto distributiemarge wordt immers per product in absolute waarde vastgelegd.
  • Een wijziging van de wisselkoers dollar / euro zal enkel een invloed hebben op de maximumprijs aan de pomp via de elementen ‘prijs ex-raffinaderij’ en ‘BTW’.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zie ook op de website van de FOD Economie, afdeling Energie:

Zie ook op deze website:

 
Federatie Cijfers Activiteit Dossiers FAQ Fact Sheets Publicaties