PBF  
 
de federatie
cijfers
activiteit
dossiers
faq
Fact Sheets
Publicaties
 

Het "Energie- en Klimaatpakket" van de Europese Commissie

Het “Energie- en Klimaatpakket” werd door de Europese Commissie voorgesteld op 23 januari 2008. Het pakket zal in principe uiterlijk begin 2009 worden ingevoerd, volgens de vervaldata die de lidstaten hebben vastgesteld tijdens de Europese Raad in de lente van 2007.

In maart 2008 keurden de staatshoofden het actieplan van de Europese Commissie met de volgende Europese
ambities goed:

  • de energie-efficiëntie tegen 2020 met 20 % verhogen;
  • de emissie van broeikasgassen (BKG) tegen 2020 met 20 % verlagen, of met 30 % in geval van een internationaal akkoord;
  • tegen 2020 een aandeel van 20 % hernieuwbare energie in het totale energieverbruik van de EU bereiken.

 

De vermindering van de BKG-emisies en het systeem verhandelbare Emissierechten (VER)

De Commissie stelt een uitbreiding van het VER-systeem voor die niet enkel betrekking heeft op de CO2-emissies maar op alle BKG. Er zullen ook doelstellingen worden bepaald voor de industrieën die nog niet waren betrokken bij de emissievermindering (bijvoorbeeld voor de luchtvaart-, transport-, bouw- en landbouwsector).

Voor de sectoren die tot nu toe nog niet zijn onderworpen aan het VER bepaalt de EU een Europese doelstelling van 10 % emissievermindering tegen 2020 (ten opzichte van de niveaus van 2005). Voor België bedraagt deze doelstelling 15 %.

Voor de sectoren die al wel aan het VER zijn onderworpen verwacht Europa tegen 2020 een emissievermindering van 21 %.

Na de balans te hebben opgemaakt van de toepassing van de VER-systemen, wil de Commissie een einde stellen aan de kosteloze toekenning van CO2-emissierechten aan bepaalde industriële sectoren. Volgens een nog vast te stellen timing wil de Commissie de CO2-rechten geleidelijk aan veilen.

In de sector van de elektriciteitsproductie mogen vanaf 2013 geen gratis rechten meer worden toegekend. In de andere sectoren (waaronder de raffinagesector) zal de opheffing van de gratis toekenning meer geleidelijk gebeuren.

Energie-intensieve industrieën kunnen gratis emissierechten blijven krijgen voor zover de Commissie erkent dat ze zijn blootgesteld aan internationale concurrentie buiten de Europese Unie en dus een ernstig risico lopen
om aan concurrentievermogen te verliezen.

De Europese raffinaderijen staan voor enorme uitdagingen: de steeds strengere nationale en Europese milieuvereisten, het onevenwicht tussen de Europese vraag naar benzine en diesel (de oorzaak van een hogere CO2-emissie door de raffinaderijen), de concurrentie op wereldvlak van nieuwe raffinage-eenheden die niet aan dezelfde regels onderworpen zijn.

De oliesector verwacht van de Commissie, en vooral van België, dat onze raffinaderijen over gratis emissierechten kunnen blijven beschikken. De Europese raffinaderijen verplichten om hun emissierechten via veiling aan te kopen zal de investeringen in de Europese raffinagesector ontmoedigen (tot nu toe werden voortdurend investeringen gedaan om het hoofd te bieden aan de stijgende vraag naar diesel, aan de vermindering van het zwavelgehalte in de olieproducten en aan de productie van schonere brandstoffen).

Hernieuwbare energieën en biobrandstofen

De Commissie wil strenge doelstellingen opleggen: tegen 2020 moet het aandeel van de hernieuwbare energieën in het totale verbruik van de Europeanen 20 % bedragen (per land worden specifieke doelstellingen
opgelegd, voor België bedraagt die 13 %). In 2005 vertegenwoordigden de hernieuwbare energieën nog slechts 8 % van het verbruik in de EU (2 % voor België).

Ondanks de felle kritieken op het gebruik van biobrandstoffen bevestigden de Europese leiders in maart 2008 de wil van de Commissie om het aandeel van biobrandstoffen in het transport tegen 2020 tot 10 % te verhogen. Die verplichting zou aan elke lidstaat worden opgelegd.

In haar richtlijnvoorstel betreffende hernieuwbare energieën, wil de Commissie prestatie- en duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen opnemen. De CO2-emissie moet met minstens 35 % ten opzichte van de fossiele brandstoffen worden verminderd. Duurzaamheidscriteria en certificatiesystemen moeten biobrandstoffen uitsluiten die op ecologisch rijke gronden geproduceerd zijn (tropische wouden, moerassen, zones die vanwege hun biodiversiteit moeten worden beschermd ...).

Erkende Europese instellingen (zoals het Joint Research Center – het eigen onderzoekscentrum van de Commissie of het Europese Milieuagentschap) hebben de Europese Unie aanbevolen om haar doelstelling om het aandeel van de biobrandstoffen tegen 2020 op te trekken tot 10 % van het verbruik van de transportsector “op te schorten”.

Deze instellingen pleiten voor een brede onafhankelijke studie over de risico’s en voordelen van het gebruik van biobrandstoffen. Tevens wijzen ze op het feit dat de hulpbronnen uit de biomassa efficiënter kunnen aangewend worden voor de productie van elektriciteit en warmte dan voor de productie van brandstoffen voor voertuigen.

In het bijzonder benadrukken ze dat de Europese doelstelling van 10 % niet kan worden gehaald zonder biobrandstoffen in te voeren. En dat kan de ontbossing aanmoedigen, zoals we al zien in bepaalde landen.

De Europese Commissie heeft deze omstreden doelstelling van 10 % gesteld zonder eerst een volledige impactstudie uit te voeren en heeft de effecten van biobrandstoffen (zoals de ontbossing in sommige landen of het duurder worden van de voedingsproducten) onderschat.

 
Federatie Cijfers Activiteit Dossiers FAQ Fact Sheets Publicaties