De bodemsanering
In tankstations
Ten gevolge van de positieve beslissing van de Intergewestelijke Commissie voor de Bodemsanering werd op 15 maart 2004 het Fonds voor bodemsanering (vzw Bofas) opgericht, belast met de bodemsanering van tankstations. Dit saneringsfonds werd opgericht om de uitbaters van tankstations financieel te hulp te komen om de nodige investeringen te doen in bodemsanering en grondwaterbescherming.
De oprichting van dit Fonds voor Bodemsanering was de voleindiging van een complex proces dat gedurende meer dan tien jaar voor hevige discussies heeft gezorgd, vooral wegens de institutionele bijzonderheden van België en vanwege de verdeling van de bevoegdheden tussen Gewesten en Federale Staat. Sinds 15 maart 2004 kunnen de uitbaters van tankstations zich tot het Bofas richten om hen te helpen bij het financieren van de bodemsanering van hun station. Het Fonds heeft een beperkte levensduur, waarbinnen alle bestaande of nog te ontdekken verontreinigingen moeten zijn gesaneerd. Na deze periode, zouden de zeer strenge reglementeringen die door ieder Gewest werden ingevoerd, moeten kunnen vermijden dat zich opnieuw problemen van bodemvervuiling voordoen...
(voor verdere informatie, zie www.bofas.be)
Bij particulieren (stookolietanks)
Samen met andere actoren en de voor milieu bevoegde regionale overheden, bespreekt de BPF de oprichting van een bodemsaneringsfonds voor eigenaars van een stookolietank.
Via het fonds wil men bodemvervuiling uit het verleden, ontstaan door lekken in de stookolietanks, aanpakken en saneren zonder de betrokken eigenaar al te veel financieel nadeel te berokkenen. Het fonds zou actief zijn op curatief en preventief vlak.
In de maximumprijs van de huisbrandolie zou een kleine bijdrage per liter opgenomen worden, ter financiering van een fonds dat de lasten van voormelde saneringen zou helpen dragen.
De BPF neemt actief aan de discussies deel, doch moet tegelijk regelmatig waarschuwen: het basisprincipe blijft dat de concurrentiepositie van gasolie verwarming t.o.v. andere energiebronnen niet in gevaar mag worden gebracht door een bovenmatige verhoging van de maximumprijs van het product, te wijten aan een hoge kostenstructuur van het fonds.
Tevens moet de wettelijkheid van de voorstellen grondig onderzocht worden. Tot op heden is nog geen akkoord bereikt.
|